I want to tear down the walls

Het was een lastige week, de afgelopen week. Het meest misschien nog wel voor Frank, want wat hij ook probeerde, ik gaf geen thuis. Niet zo zeer omdat ik dat niet wilde, maar vooral omdat ik zelf ook even niet wist waar ik was. Op slot, zoek, tijdelijk mijn weg kwijt.

Voor mensen die heel dichtbij me staan, kan ik soms pijnlijk onbereikbaar zijn. Dat realiseer ik me vaak wel als het weer zo ver is, maar er op dat moment iets aan doen, lijkt bruggen te ver. En zo gebeurde het afgelopen week dat Frank me weer eens vroeg wat hij voor me kon doen, wat ik graag wilde, ik antwoordde “niet meer bestaan” en bij hem de tranen in zijn ogen sprongen.

Voor de duidelijkheid, met niet willen bestaan bedoel ik niet dat ik dood wil

Dat heb ik (gelukkig) nog nooit écht gewild. Wat ik dan meestal wel bedoel is: het is me te veel, ik overzie het niet, ik wil met rust gelaten worden, ik wil geen verantwoordelijkheden moeten dragen, ik wil in een hoekje zitten huilen tot het over is en de zon weer schijnt. Of iets van dien aard. Maar dat komt er dan soms nogal rottig uit, met als gevolg dat ik de liefste man in mijn leven met een deur in zijn gezicht sla op het moment dat hij met armen wagenwijd open klaarstaat om me op te vangen.

En dat spijt me, schat. Dat spijt me echt.

Soms is het net alsof de angst to be killed with kindness zó overheerst, dat heel hard weglopen van het liefste wat je hebt, het veiligste aanvoelt. Bang om te breken. Bang dat een verdriet dat groter is dan ikzelf, me overspoelt.

En weglopen deed ik, afgelopen week. Wel 60km

Een van mijn rondjes was ’s avonds laat. En het was tijdens dat rondje dat er opeens een lampje ging branden. Ik opeens snapte waarom ik zo overhoop lag met mezelf en geen lieve mensen kon verdragen: het was half oktober.

Een tijd van het jaar die in mijn geheugen misschien wel voor altijd het zwartst zal zijn van allemaal. Omdat hij dat een aantal jaar geleden ooit was, door wat er gebeurde, en wat juist niet. Als de bladeren weer gaan vallen en het vroeger donker wordt, komt dat gevoel vaak weer even om de hoek kijken. Soms bewust, maar soms ook onbewust. Tot ik er bij stil sta, en het allemaal weer snap.

Juist dat stilstaan kan bij innerlijke onrust even duren, want alles in me wil dan op pad

En zo liep ik gister ruim 18km door de Brabants bossen. Ik ging als de bliksem, de pijn in mijn knieën viel mee, ik kwam op het hele rondje twee fietsers en één auto tegen en de muziek in mijn oren was volledig in overeenstemming met snelheid en gemoed. Ergo: ik voelde me fijn, en vrij. En onderweg dacht ik na, over van alles en nog wat.

Ik dacht na, over de afgelopen week en de weken die gaan komen. Over de moeilijke momenten en de zwarte gedachten in mijn hoofd, wat ik anders had kunnen doen, hoe ik Frank dichterbij had kunnen laten komen. Ik dacht na over de kilometers die ik liep, waarom ik ze had gelopen en waarom ik nog veel verder wil. Ik dacht na over eten, over koolhydraten stapelen of niet, over hoe ik er voor zorg dat ik voldoende naar binnen werk tijdens die marathon. En daarvoor, en daarna.

En ik dacht na over dat lijf van mij, waar ik soms zo hopeloos mee worstel

Door: Nayyirah Waheed

Aan hoe hard ik de afgelopen tijd weer ben geweest. Hoe onverstandig, ongezond en ondankbaar ik weer tekeer ben gegaan. En dat terwijl het me nog altijd zo ver draagt. Steeds weer herstelt, weer opstaat, nog altijd niet kapot is. Nog geen drie weken terug dacht ik dat ik die hele marathon wel kon vergeten, en gister liep ik 18km alsof er nooit iets is gebeurd. Mijn lichaam kan dat, en daar zou ik oneindig dankbaar voor moeten zijn. Het kan zó anders…

Afgelopen week was ik één van de vijf sprekers op een evenement over de inclusie van patiënten bij het ontwikkelen en organiseren van betere zorg. Een van de co-sprekers zat in een rolstoel, een ander had een geamputeerd been, weer een ander had nog maar 5% zicht en de laatste had meerdere chronische ziektes.

En ik dus. Met mijn sterke lichaam, maar ongezonde geest

Het was een lastige week, de afgelopen week. Maar hij leerde me ook veel. Over alles wat ik heb en koester, hoe rijk ik ben als mens, over waar ik zelf (nog) niet uitkom, waar ik hulp bij nodig heb en over wat ik het allerliefste wil:

I want to run
I want to hide
I want to tear down the walls
That hold me inside
I want to reach out
And touch the flame
Where the streets have no name

5 thoughts on “I want to tear down the walls

  1. Bert Stavenuiter Beantwoorden

    Heb weer een hoop aan je gedacht, Anne.
    Kijk eens boven je? Niks? Links dan? Ook niet? Dan zal-ie rechts komen. Er is een enorme warme knuffel naar je onderweg.
    Bert

  2. Marjan ter Avest Beantwoorden

    Je bent dapper, moedig, sterk, gedreven, betrokken, vernieuwend. Een parel voor de beweging. Vergeet niet zo nu en dan die arm om jezelf heen te slaan. Of een schouder te vragen om te rusten of te leunen. Het komt je toe. Succes samen met de NYC marathon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *